VERANDEREN IS LEUK MAN!?
"Veranderen is leuk!" De manager gelooft het zelf niet helemaal. Daarom heeft hij een entertrainer ingehuurd die het ‘onwikkelproces’ met leuke internetfilmpjes moet animeren. Die van die herintredende typiste die nu achter een PC werkt. Bij de return slaat ze de monitor van tafel. Want met die beweging maakte zij vroeger ook altijd een nieuwe regel. En nog meer van die voorbeelden. We lachen ons een deuk, en gaan dan snel weer aan het werk. Business as usual. Het is gewoon flauwekul. Niemand vindt veranderen echt leuk. Ja, als de sleur is ingetreden, wil ik wel eens iets anders. Ander eten, ander huis, andere partner. Maar ook dan is het plezier van korte duur. Het eten smaakt na twee keer als vanouds, het nieuwe huis vraagt toch wel erg veel onderhoud en met die nieuwe partners blijk ik steeds in dezelfde oude patronen vast te lopen. Nee, ècht veranderen willen we niet. We hebben het best goed en maak nou geen problemen. "Problemen ken ik niet, ik zie slechts een uitdaging!" Dat is ook een oplossing. Geef het een andere naam en het probleem is verdwenen! Eerst was er de ‘herstructurering’. Al snel bleek dat te simpel, de complete cultuur moest mee. Daarom noemde men het organisatieverandering. Maar dat gaf weerstand. Dus werd het begrip snel gepimpt tot organisatieontwikkeling. En toch, na de zesde reorganisatie in één carrière klinkt ook dąt niet zo fraai meer. Men heeft het woordenspel opgegeven. Wanneer is deze chaos voorbij? "Het wordt hier nooit meer rustig en dat is prima, geniet ervan, TSJAKKAA!" Ik snap ze wel, de Masters of Change. Zij worden doodmoe van die logge volksstammen die gerieflijk hun hakken in het zand zetten. Types die koste wat kost willen houden wat ze hebben. Die geen enkel risico durven te nemen in hun leven. Lastig, want wie niet wil, beweegt niet. Ontwikkelen vraagt zelfreflectie en het nemen van verantwoordelijkheid. Daarom is deelname aan mijn trainingen ook principieel vrijwillig. Massale verplichte trajecten voor de hele organisatie zijn weggegooid geld. Wie niet wil, moet in gesprek met zijn eigen manager. Dáár ligt het probleem, of nee, de uitdaging. Durft die het aan om de medewerker en zijn weerstand werkelijk in de ogen te kijken? Om te luisteren en tegelijk de consequenties aan te geven? "Ik hoor je bezwaar. Maar we doen het toch. Ik vraag je dus om mee te gaan. Ik zal je daarbij ondersteunen. Maar jij zult zelf in beweging moeten komen. Kleine stappen zijn genoeg. Zo niet dan houdt het hier op voor jou." Dat vraagt moed, maar is noodzakelijk. Zo heb ik onlangs een vrijwillig gekomen cursist de keus gegeven om mee te gaan of te vertrekken. Het was heel spannend, we zaten samen op het scherpst van de snede. Zij ging. Verandering is een gegeven. Maar om nou steeds heel hard te roepen dat dat pijnloos is, dat is volksverlakkerij. Het is de tragiek van ons bestaan. We lijden aan de verandering die leven heet. En natuurlijk komt er ook veel vreugde vrij. Zeker als je weer met succes een nieuwe stap hebt gezet, als je ziet dat je kind iets nieuws kan, als je merkt dat de dagen gaan lengen na de kerst. Maar daarvoor moet je vallen, wordt het herfst en gaan we ook een beetje dood. Dat doet toch gewoon pijn?<terug


